Posts

Nachtmerrie in het bos: Het verlaten huis en de schaduwspin

Ik aanschouw een klein, vrijstaand huisje midden in het bos. Gras met pluimen groeit overal, zelfs op de plek waar ooit de vloer was. De muren zijn verdwenen; wat rest zijn vier palen die een dak dragen. De begane grond bestaat niet meer — de bosgrond loopt ononderbroken door, met al zijn begroeiing. Ik lig op de zolder. Staan kan niet; als ik dat doe, zak ik erdoorheen. Tussen de schots en scheef liggende planken kijk ik naar beneden, naar de bosgrond en het wuivende gras. In de hoeken van het dak krioelt het van de vogelspinnen en rafelige webben — geen wielwebben, maar achteloos gesponnen draden, als restmateriaal. Langzaam kruip ik richting een klein zolderraam. Ik blijf precies in het midden; aan weerszijden, waar het dak afloopt, zitten de spinnen. Ze bewegen niet naar me toe. Voorzichtig, altijd voorzichtig — één verkeerde beweging en ik stort naar beneden. Ik bereik het raampje. Het glas ontbreekt. Dan zie ik dat er planken op palen liggen, zodat ik op hetzelfde niveau als de z...

Post-apocalyptische stad onder water: vlucht voor de ondoden

Ik steek mijn hoofd door een kapot raam. Scherpe glaspunten zitten nog vast in het kozijn. Voorzichtig kijk ik naar beneden: tien verdiepingen lager stroomt de zee de stad binnen. De zeespiegel is gestegen; de hele stad ligt vijf meter onder water. Torenflats staan scheef als gewonde reuzen. Tussen de gebouwen zijn loopbruggen gelegd, van raam tot raam, geïmproviseerd door de weinige mensen die nog in deze ooit bruisende kustplaats zijn achtergebleven. Als ik naar rechts kijk, langs wat ooit de boulevard was, zie ik in de verte enorme vlonders op zee. Vanaf die platforms stijgen onafgebroken vliegtuigen op. Een lange steiger van drijvende vlonders leidt naar het geïmproviseerde vliegveld. Mensen proberen zich ernaartoe te bewegen, opgejaagd door ondoden die hen op de hielen zitten. Dat is onze bestemming. Daar moeten mijn kameraden en ik naartoe. We zullen ons door de hordes ondoden moeten manoeuvreren, ongezien blijven. Ze zijn niet dom: ze kunnen spreken, en sommigen dragen wapens. N...

Een droom over ontsnappen uit een stad

Samen met een paar collega's bereik ik de poort van een stad. Wij zijn begeleiders voor mensen met een beperking. Als we de stad binnenkomen, bevinden we ons — en de gehele stad — onder een transparante koepel, een glazen stolp als het ware. In het centrum van de stad stroomt een brede rivier. Ik kijk van bovenaf over de hele stad, een futuristisch schouwspel van witte torencomplexen. Tot mijn verbazing wordt deze plek geheel bewoond door mensen met een verstandelijke beperking. Ik waag me alleen verder de stad in en bevind me nu in een slaapverblijf ter grootte van meerdere gymzalen. De hal is helder, maar toch zacht verlicht. De ruimte is gevuld met grote meerpersoonsbedden, en op een van de bedden zit ik met een bewoner te kletsen. Het is een warm en aangenaam moment. Terwijl ik nog eens door de stad dwaal, merk ik dat er psychologische attracties te ontdekken zijn. Eén van deze plekken biedt de ervaring gemanipuleerd te worden via lichtstralen. Als ik buiten het gebouw sta, zie...

Droom over verslaving: Een troosteloze stad, leegte en wanhoop

Ik bevind me in een afgesloten deel van een stad. Het is er smerig. Alles is bedekt met een dikke laag roet, schimmel en vet. We zitten hier opgesloten; ontsnappen lijkt onmogelijk. Iedereen is verslaafd aan drugs — ik ook. Maar er is een probleem: de drugs zijn op. De paar mensen die hier nog wonen, speuren wanhopig naar geheime verstopplekken. De meeste huizen, Duits van stijl, staan leeg. De deuren hangen open. Ik ga een huis binnen en zie een gat in het plafond. Ik schuif een kapotte rieten stoel eronder en reik met mijn hand omhoog. Boven de plafondlaag blijkt een holle ruimte te zitten, maar ik vind niets. Er ligt helemaal niets. Buiten regent het. In het midden van het stadsdeel is een kuil, begroeid met gras, met in het centrum een oude vuurplaats. Door de regen is er een plas ontstaan. Een verkoolde tak steekt er schuin uit omhoog. Langs de rand van de plas is een lage zitbalk. We zitten daar met z’n vijven naast elkaar, zwijgend, in de regen. Zelfs mijn voeten — in geitenwoll...